Gradaties van bewustzijn

Volgens neurowetenschapper Anil Seth hebben alle zoogdieren een bewustzijn. Dat betekent dat ze op de een of andere manier verwant zijn aan ons. Zo lijkt de structuur van hun hersenen op de onze. Maar hoe is het dan met octopussen, die een groot deel van hun neuronen in de armen hebben, of met regenwormen die een nieuw zenuwstelsel laten groeien als je ze doormidden hakt? Heeft die regenworm net zo’n bewustzijn als wij hebben? In het Engels zijn er wel vier woorden voor bewustzijn die elk een zekere graad van bewustzijn aanduiden: awareness, sentience, consciousness en self-consciousness.

Awareness, wat je zou kunnen vertalen met ‘gewaarzijn’, geeft aan dat een dier een zeker contact met zijn omgeving heeft. Zo kan een amoebe zich veplaatsen in de richting van een voedselbron door de omgeving te ‘proeven’. De eencellige beweegt zich in de richting van een hogere concentratie van een stof die zo’n voedselbron kenmerkt.

Sentience is een term die duidt op een zeker meevoelen van mensen met dieren in nood. “That’s no way to treat a sentient being” wordt er gezegd als er sprake is van dierenmishandeling. Het is een erkenning van het feit dat zo’n dier kan lijden. Er is lang gediscussieerd over de vraag of een vis aan een hengel lijdt. Momenteel is de consensus dat dat wel het geval is. Een vis is dus een ‘sentient being’.

Consciousness wordt meestal vertaald met ‘bewustzijn’. Het woord duidt op een vorm van weten. Een wezen dat ‘conscious’ wordt genoemd, beschikt over een zekere kennis. En het weet dat het over die kennis beschikt. Het weet bijvoorbeeld de weg in zijn omgeving en het kan die kennis gericht raadplegen wanneer het die nodig heeft. Maar al die kennis vormt niet een geheel. Consciousness is geen zelfkennis.

En dan is er nog self-consciousness, niet te vertalen als ‘zelfbewustzijn’. In tegenstelling tot het Nederlandse woord is het Engelse geassocieerd met schaamte. Schaamte over een fout die men zich aantrekt of schaamte bij voorbaat over fouten die men in het oog van het publiek nog zou kunnen maken. Self-conciousness is sterk gerelateerd met een ego, een gevoel van zelf, en de plaats die men inneemt ten opzichte van anderen in een groep. Dieren wordt een ‘self-consciousness’ toegeschreven als blijkt dat ze zichzelf als individu kunnen herkennen in een spiegel.

Blijft de vraag in hoeverre amoeben en mensen over dezelfde eigenschap beschikken, zij het in verschillende mate. Is ‘awareness’ een zwakke vorm van ‘consciousness’ of is het toch iets anders? Als je over een meetinstrument voor bewustzijn zou beschikken, zou je dat op mensen van verschillende graden van bewustzijn kunnen toepassen, bijvoorbeeld voor en tijdens het inslapen. En misschien ontdek je dan dat wat je ‘vormen van bewustzijn’ noemt, niet vergelijkbaar zijn. Want bij het handelen van een amoebe kun je je nog wel het een of andere algoritme voorstellen. Maar hoe het bewustzijn van een mens werkt, is ondanks veel onderzoek nog lang niet duidelijk. De filosoof Chalmers heeft dat bestempeld als “het moeilijke probleem”, een probleem waarvan niet zeker is of het ooit wordt opgelost.

De gemakkelijke problemen zijn dan bijvoorbeeld hoe mensen kunnen zien of horen. Die zijn voor een groot deel ook nog niet opgelost.

Anders