De schepping

Onze wereld is eindig. Ze bestaat al zo’n veertien miljard jaar. Ze is ooit tot stand gekomen. Ooit is de ruimte, de tijd en de materie ontstaan. Maar hoe? Wat heeft bepaald dat onze wereld er ooit kwam? En in welke wereld bestond datgene wat dat bepaalde, die schepper? Was die eeuwig? Of was die zelf ook ooit tot stand gekomen? Als de schepper is geschapen, wat schiep dan die schepper? En wat is de zin van een schepper die net zo tijdelijk is als de wereld die hij schiep? Heeft de wereld wel een schepper nodig? Zo ja, was die noodzakelijk of contingent? Met andere woorden: is onze wereld maar toevallig, of was die onvermijdelijk? Als het een schepper was die de aard en de inhoud van de wereld bepaalde, wat bepaalde dan de aard van die schepper? Er zijn ongetwijdeld vele andere werelden denkbaar. Maar zijn ze ook bestaanbaar?

En dan deze wereld. Is die echt de beste van alle werelden, zoals Leibniz veronderstelde? Wat is dan dat beste? Hoe bepaal je goed en kwaad, als er nog niets is om het aan af te meten? Er moet dan onafhankelijk van de schepping iets bestaan dat je na de schepping in staat stelt om de wereld te beoordelen. Een principe van goed en kwaad. Waar komt dan dat principe vandaan? En waar komen de wetmatigheden in de natuur vandaan? Zijn die noodzakelijk wat ze zijn? Hadden ze niet ook heel anders kunnen zijn? Wat maakt dat de logica logisch is, dat natuurwetten wetmatig zijn en dat concepten conceptueel zijn?