Relaties

Stel je voor dat jij de wereld bent. Je bent het enige wat er bestaat en buiten jou bestaat er niets. Zo is het al zo lang je je kunt herinneren. Er valt niets te zien en niets te horen. Er is niemand om mee te praten. Er is niets om op terug te vallen. Valt er dan wat mee te maken? En als er niets te beleven is, is er dan wel iets van betekenis? Heb je dan eigenlijk wel een bewustzijn? Maakt het in die situatie wel wat uit of je een mens bent of een steen? Is er eigenlijk wel een bestaan mogelijk zonder betekenis?

Voeg aan die situatie nog een mens toe, en de wereld verandert radicaal. Er is dan iets om je op te richten, en dat is wederzijds. Er is dan een relatie. Er is de mogelijkheid van interactie. En dan kan er iets gebeuren. De wereld krijgt dan betekenis. Hij wordt bepaald door de relatie tussen twee objecten. Twee objecten die op elkaar kunnen reageren. Twee objecten die elkaar kunnen leren kennen. Twee objecten met een onderlinge band.

Wittgenstein begint zijn Tractatus met de stelling: “De wereld is alles wat het geval is.” De theoretisch natuurkundige en schrijver Carlo Rovelli ziet het anders. In zijn boek ‘Helgoland’ probeert hij duidelijk te maken dat het niet om objecten gaat, maar om relaties.  Zijn stelling zou zijn: “De wereld is het geheel van alle relaties”. En zonder relaties is er niets.