Relaties

Stel je voor dat jij de wereld bent. Je bent het enige wat er bestaat en buiten jou bestaat er niets. Zo is het al zo lang je je kunt herinneren. Er valt niets te zien en niets te horen. Er is niemand om mee te praten. Er is niets om op terug te vallen. Valt er dan wat mee te maken? En als er niets te beleven is, is er dan wel iets van betekenis? Heb je dan eigenlijk wel een bewustzijn? Maakt het in die situatie wel wat uit of je een mens bent of een steen? Is er eigenlijk wel een bestaan mogelijk zonder betekenis?

Voeg aan die situatie nog een mens toe, en de wereld verandert radicaal. Er is dan iets om je op te richten, en dat is wederzijds. Er is dan een relatie. Er is de mogelijkheid van interactie. En dan kan er iets gebeuren. De wereld krijgt dan betekenis. Hij wordt bepaald door de relatie tussen twee objecten. Twee objecten die op elkaar kunnen reageren. Twee objecten die elkaar kunnen leren kennen. Twee objecten met een onderlinge band.

Wittgenstein begint zijn Tractatus met de definitie: “De wereld is alles wat het geval is.” De theoretisch natuurkundige en schrijver Carlo Rovelli ziet het anders. In zijn boek ‘Helgoland’ probeert hij duidelijk te maken dat het niet om objecten gaat, maar om relaties.  Zijn stelling zou zijn: “De wereld is het geheel van alle relaties”. En zonder relaties is er niets. Het zijn de relaties die de wereld betekenis geven. Daarmee toont hij zich een navolger van Nagarjuna, een van de grote geesten van het boeddhisme, die in het begin van onze jaartelling al stelde dat ieder element van de wereld zijn betekenis ontleent aan zijn relatie met al het andere. Een betekenis komt dus niet voort uit het element zelf, uit een of meer eigenschappen, vermogens, kenmerken ervan, maar uit alles waar het mee in verband staat. Het is leeg van zichzelf. In het Sanskriet wordt dat aangeduid met de term ‘sunyata’.

Zonder relaties geen interactie. Zonder interactie geen relaties. Interacties kunnen varieren van onderling trekken en duwen via krijsen en roepen tot discussieren en delibereren. Interactie houdt in: vechten of vluchten, voeden of vrijen. Voor mensen kan dat ook inhouden: verhalen vertellen. Mensen beschikken over een rijke taal die vele verhalen mogelijk maakt. Een taal met veel nuances en verschillende niveaus van abstractie. Een taal om mee te beschrijven en mee te speculeren. Een taal die zich niet hoeft te beperken tot het hier en nu, maar ook kan gaan over wat er was en wat er gaat komen. Over het bestaande en het niet bestaande, over het mogelijke en het onmogelijke. Een taal om werelden mee te bouwen.