Denken

Bewustzijn is niet enkel waarnemen. Het omvat ook denken. Je kunt dingen be-denken. Je kunt oplossingen  verzinnen voor problemen waarmee je geconfronteerd wordt. Je kunt je afvragen hoe de wereld feitelijk in elkaar zit en waarom dat zo is. En je kunt je afvragen wat het geval zou zijn als die wereld anders in elkaar zou steken dan die doet. 

Het bijzondere van ons denken is dat we werelden kunnen construeren in ons hoofd. Kunst en wetenschap presenteren ons een wereld van eigen maaksel. En die wereld strekt zich uit tot ver buiten onze leefwereld. De wetenschap biedt ons een kijkje in de wereld van het onzichtbaar kleine en het onoverzichtelijk grote. De kunst biedt ons een kijkje in de wereld van de fantasie. Dat zijn werelden die enkel in ons hoofd bestaan. Het is niet zo dat die werelden ons worden gedicteerd door de werkelijkheid. Het zijn werelden die we zelf verzinnen. En dat doen we niet om te overleven, maar puur uit interesse. Zijn er bestaansmogelijkheden buiten degene die de werkelijkheid ons biedt?

En wat het nog bijzonderder maakt is dat we niet alleen eigen werelden hebben geconstrueerd, maar ook talen om die te beschrijven. De taal van logica en wiskunde. De taal van de muziek. De taal van verf op canvas en houtskool op papier. Die talen bieden instrumenten waarmee we onze werelden vorm kunnen geven. En met die instrumenten maken we dan sterrenstelsels en zwarte gaten, maken we objecten die tegelijk deeltjes en golven zijn, maken we opera’s, gedichten en schilderijen. We zouden heel goed kunnen leven zonder deze dingen, maar iets in ons dwingt ons ze te vervaardigen. Je zou het de creative drang kunnen noemen.

Ons denken richt zich vooral op mogelijkheden die de werkelijkheid niet biedt. Misschien omdat voor velen van ons die werkelijkheid al goed aan hun behoeften voldoet. Maar wat dat denken produceert is vaak vijandig ten opzichte van de natuurlijke omgeving. Vaak proberen we bij het realiseren van onze wensen en verlangens de tastbare werkelijkheid er buiten te houden. Dat levert dan problemen op als klimaatverandering en luchtvervuiling. Dat manifesteerde zich niet alleen in de vorm van klimaatproblemen, maar bijvoorbeeld ook bij het pogen om tot een kunstmatige intelligentie te komen. Een halve eeuw lang probeerden we met behulp van logica algoritmische probleemoplossers te creeren. Maar telkens stelden die algoritmen ons teleur, hoewel er vaak logischerwijs niets op aan te merken viel. Pas toen we in het begin van de eenentwintigste eeuw onze eigen hersenen als voorbeeld gingen gebruiken voor onze algoritmen, kwam er een doorbraak op dat gebied.

Er is nog een vorm van denken, de intuitie. Dat is een denken dat zich buiten het bewustzijn voltrekt en dat zich laat bespelen door de emoties die we ondergaan. Pas als dat denken wat te melden heeft, richt het zich tot het bewustzijn. Dan presenteert het de oplossing van problemen waar je mee worstelde, maar zonder aan te geven hoe het daaraan kwam.

Anders